
Een 18e-eeuws schilderij van de bloedbelijdenis in de kathedraal van Sandomierz, Polen.
De overtuiging dat Joden verantwoordelijk waren voor de dood van Jezus Christus was in de middeleeuwse christelijke wereld alomtegenwoordig. De kerken leverden een grote bijdrage aan het verspreiden van deze leugen. Joden kregen allerlei duivelse eigenschappen opgeplakt. Daardoor werd het voor de middeleeuwse bevolking steeds eenvoudiger om de meest bizarre beschuldigingen te geloven. Van duivels die Christus hadden vermoord kon men immers alles verwachten?
Eén van de meest hardnekkige beschuldigingen is het bloedsprookje: de overtuiging dat Joden christelijke kinderen vermoordden en hun bloed gebruikten voor allerlei Joodse rituelen, zoals het bakken van de matzes met Pesach. Vooral rond Pasen, waarbij immers de dood en opstanding van Jezus worden herdacht, doken deze hardnekkige beschuldigingen dan ook steeds weer op.
Het eerste geval van het bloedsprookje vond plaats in 1144: de twaalfjarige William of Norwich was vermist en werd korte tijd later vermoord teruggevonden. Er kon geen bewijs worden gevonden wie achter de moord zat, maar toen vier jaar later de monnik Thomas van Monmouth naar Norwich kwam, beweerde hij dat de Joden William hadden gemarteld en vermoord, op dezelfde manier als ze met Jezus hadden gedaan. De Joodse gemeenschap van Norwich moest halsoverkop bescherming zoeken in Norwich Castle.
Ook in latere tijden dook het bloedsprookje telkens opnieuw weer op. Meestal werden de beschuldigingen gevolgd door pogroms, waarbij Joden werden aangevallen en vermoord en hun huizen en bedrijven geplunderd en in brand gestoken. In 1309 vond de eerste pogrom op Nederlands grondgebied plaats: in het Zuid-Limburgse Born werden 110 Joodse vluchtelingen uit Sittard en Susteren vermoord.
Pogroms naar aanleiding van het bloedsprookje bleven veel voorkomend in heel Europa tijdens de Middeleeuwen. Vaak werden de slachtoffers vereerd als martelaren. Simon van Trente, een peuter uit Italië die in 1475 na enkele dagen vermissing dood in een beek werd aangetroffen, werd uiteindelijk zelfs heilig verklaard. Pas in 1965 zou de Paus officieel verkondigen dat het kind geen slachtoffer was geworden van een Joodse rituele moord.

Plaquette aan de voet van Clifford's Tower ter herinnering aan de opstand.
Het bloedsprookje vond ook zijn weg naar het Midden-Oosten, waar het in de 19e en 20e eeuw eveneens leidde tot pogroms, zoals in Istanboel in 1840 en in Iran in 1910. Ook vandaag de dag zien we het bloedsprookje in die regio nog regelmatig opduiken, vaak als onderdeel van heftige anti-Israel retoriek.
Het wrange aan deze beschuldiging is dat het Joden juist onder geen beding toe is gestaan bloed te nuttigen: de Joodse voedselwetten verbieden dat expliciet.
Kritisch denken
Waarom denk je dat mensen het bloedsprookje geloofden? Waren de mensen toen goedgeloviger dan tegenwoordig?
Check je kennis
1. Wie waren de slachtoffers die zogenaamd door Joden zouden zijn vermoord?
2. Wat zouden Joden volgens het bloedsprookje doen met het bloed van deze vermoorde mensen?
3. Waarom doken bloedsprookjes vooral op rond Pasen?