In de 17e eeuw arriveerden opnieuw Joodse immigranten in de Nederlanden. Ditmaal waren het Asjkenazische Joden, ook wel Hoogduitse Joden genoemd. De meeste van hen kwamen uit Duitsland, maar er waren ook migranten uit Polen, Litouwen, Frankrijk en het huidige Tsjechië. Velen waren waarschijnlijk op de vlucht vanwege de Dertigjarige Oorlog, terwijl anderen een beter bestaan elders probeerden op te bouwen.

Deze afbeelding is een ets van Rembrandt van Rijn. De mannen in de synagoge dragen traditionele
Asjkenazische kleding.Rembrandt van Rijn (1648).
De Asjkenazische Joden verschilden van de Spaanse en Portugese (Sefardische) Joden. Verreweg de meeste Asjkenazische Joden waren arm en werkten vaak als dagloners, ambachtslieden of winkeliers. De eerste generatie Asjkenazische Joden werkte vaak als vleeshouwers (slagers) die werkten voor Sefardische Joden.
Uiteindelijk richtten de Asjkenazische Joden hun eigen zelfstandige Joodse gemeente op, compleet met een eigen synagoge en begraafplaats. De gemeenschap groeide aanzienlijk in de tweede helft van de 17e eeuw, eerst door de pogroms in Polen (1648-1649) en later door de Russische invasie van Litouwen (1655-1656). Hierdoor werd de Asjkenazische gemeenschap aanzienlijk groter dan de Sefardische gemeenschap.
De Asjkenazische Joden hadden eigen tradities en gebruiken die verschilden van die van de Sefardische Joden. Zo spraken zij bijvoorbeeld Jiddisch, een taal geschreven met het Hebreeuwse alfabet. Hoewel de immigranten uit Centraal- en Oost-Europa allemaal Asjkenazisch werden genoemd, bestonden er onderling aanzienlijke verschillen, wat soms leidde tot conflicten. Elke groep bracht zijn eigen tradities en gewoonten mee. Toch was er een belangrijke gemeenschappelijke factor: de eerste Asjkenazische immigranten spraken West-Jiddisch als hoofdtaal. Dit bleef ook het geval toen later Joden uit bijvoorbeeld Litouwen en Polen arriveerden, die vaak Oost-Jiddisch spraken.
Zoek op
Zoek op wat voor verschillende namen en objecten de Sefardische en Asjkenazische Joden gebruikten
Kritisch denken
Toen Asjkenazische en Sefardische Joden (die verschillende gebruiken en talen hadden) elkaar voor het eerst ontmoetten in de Nederlanden, denk je dat zij zich onderdeel voelden van hetzelfde ‘volk’?
Wist je dat?
Het Jiddisch een blijvende invloed heeft gehad op de Nederlandse taal. Dit is bijvoorbeeld terug te zien in de bijnaam van Amsterdam: Mokum, wat Jiddisch is voor “plaats” of “plek”.
Check je kennis
1. Welke naam wordt gegeven aan Joden die uit Centraal- en Oost-Europa komen?
2. Welke beroepen hadden deze Joden meestal?
3. Welke Joodse culturele taal spraken deze Joden, en waren er nog verschillen binnen die taal?